Vrijdag 6 juni, afsluiting van het schaakseizoen 2025-2026 met een thematoernooi.
De derde editie van “mijn” thematoernooi vond voor de tweede keer plaats op de laatste
avond van het seizoen. Dit keer speelden we een opening die veel spelers waarschijnlijk
wel een beetje kennen, maar waarschijnlijk niet vaak op het bord zetten. Een beetje
jammer misschien, want hoewel het niet een 100 procent veilige en gedegen opening is,
valt er wel plezier mee te beleven voor zwartspelers. (verslag van Dirk-Jan)
We hebben het dan over het Boedapest gambiet, dus lees vooral verder ……
Het Boedapest gambiet is een opening die ruim 100 jaar geleden
ontstond door onderzoek van een groep schaakmeesters uit Boedapest, waar het dus zijn
naam aan over heeft gehouden.
Deze opening wordt gekenmerkt door de beginzetten
1. d2-d4 , Pg8-f6 2. c2-c4 , e7-e5 en je zit er al middenin.
Het gambiet aannemen met 3. d4xe5 wordt veruit het meest gespeeld, en is ook het beste.
Zwart gaat nu proberen met actief stukkenspel de witte stelling te bestoken.
De zet 3. .., Pf6-g4 is wel de belangrijkste variant. Een andere mogelijkheid is 3. .., Pf6-e4,
de zg. Fajarowicz verdediging. Superscherp spel bijna gegarandeerd, maar ik laat het hier
buiten beschouwing. Ik kan de boeken van Tim Harding (uit 1996) en Lev Gutman (2004)
aanbevelen.
Het thematoernooi betrof dus 1. d4, Pf6 2. c4, e5 3. dxe5 , Pg4
Wit is aan zet in onderstaande stelling.

Wit heeft in grote lijnen de mogelijkheden om de pion op e5 voorlopig te dekken, om hem
eventueel op het juiste moment terug te geven. De belangrijkste varianten gaan verder
met 4.Lc1-f4 (ook wel Rubinstein variant genoemd) of 4. Pg1-f3 (de Adler variant) of 4. e2
e4 ( deze zet was Aljechins favoriet). Andere zetten voor wit lijken minder goed, maar er is
natuurlijk altijd een kans op een vergissing ergens.
Misschien wel de oudste partij die bekend is met deze opening werd gespeeld in
Boedapest, 1916, tussen de Nederlander Johannes Esser met wit, en Gyula Breyer met
zwart. Esser was kampioen van Nederland in 1908, en Breyer van Hongarije in 1912, dus
schaken konden deze heren wel. Hieronder staat de partij, later vond men uit dat wit’s 4e
zet Dd4 niet de beste reactie was op het zwarte spel.
Het zou zomaar het ‘verrassingseffect” kunnen zijn wat nog wel eens voorkomt bij deze
opening.
Johannes Esser – Gyula Breyer
1.d4 Pf6 2.c4 e5 3.dxe5 Pg4 4.Dd4 h5 5.Pf3 Pc6 6.Dd5 Lb4+ 7.Pc3 De7 8.Lf4
b6 9.h3 Ph6 10.Tc1 Lb7 11.a3 Lxc3+ 12.Txc3 O-O-O 13.e3 Tdg8 14.Lg5 f6 15.exf6 gxf6
16.Lxh6 Pe5 17.Dd4 Pxf3+ 18.gxf3 Lxf3 19.Th2 Txh6 20.Df4 De4 21.Dxe4 Lxe4 22.Ke2
Tg1 23.c5 Lb7 24.cxb6 axb6 25.Td3 La6 26.Lg2 Tb1 27.Le4 Txb2+ 28.Kf3 f5 29.Lxf5 Tf6
30.Txd7 Txf5+ 31.Ke4 Tfxf2 0-1
Een beroemde en erg leuke partij uit het toernooi te Berlijn in 1918 is die tussen Akiba
Rubinstein en Milan Vidmar. Rubinstein was in die tijd een van de sterkste schakers ter
wereld. Het verhaal gaat dat Vidmar (een jongere Joegoslavische schaakmeester) niet
goed wist wat hij tegen Rubinstein moest spelen, die zo’n beetje onoverwinnelijk werd
geacht met de witte stukken. Hij speelde altijd met veel succes het damegambiet. Vlak
voor de partij ontmoette hij een schaakvriend, Stephan Abonyi, een sterke Hongaarse
schaker. Hij vroeg om advies wat te spelen, en Abonyi liet hem een en ander zien van de
bevindingen van enkele Hongaarse spelers. Vidmar kon het direct in de praktijk brengen.
1.d4 Pf6 2.c4 e5 3.dxe5 Pg4 4.Lf4 Pc6 5.Pf3 Lb4+ 6.Pc3 De7 7.Dd5 Lxc3+ 8.bxc3
Da3 9.Tc1 f6 10.exf6 Pxf6 11.Dd2 d6 12.Pd4 O-O 13.e3 ?
De zet e3 geeft een klein voordeel voor wit (volgens de engines) weg. Zwart staat nu
beter, de aanval van zwart wordt heel sterk. Wit had hier de zet 13. f3 moeten spelen en
het staat volgens de engines gelijk.
De stelling is wel een diagram waard

13. .., Pxd4 14.cxd4 Pe4 15.Dc2 Da5+ 16.Ke2 Txf4 17.exf4 Lf5 18.Db2 Te8 19.Kf3 Pd2+
20.Kg3 Pe4+ 21.Kh4 Te6 22.Le2 Th6+ 23.Lh5 Txh5+ 24.Kxh5 Lg6+ 0-1
Deze partij geeft goed aan wat de zwarte aanvals ideeën kunnen zijn.
De Adler variant is een andere manier om het gambiet te bestrijden, zoals onderstaande
partij bewijst kan het ook daar stevig aan toe gaan. Dit keer doet zwart het net niet
helemaal goed.
Boris Spassky – Miguel Illescas 1 – 0 Linares 1990
1.d4 Pf6 2.c4 e5 3.dxe5 Pg4 4.Pf3 Lc5 5.e3 Pc6 6.Le2 Pgxe5 7.Pxe5 Pxe5 8.Pc3
O-O 9.O-O Te8 10.Kh1 a5 Deze zet in een ogenschijnlijk gelijke niets aan de hand-stelling
is fout, het vervolg is leerzaam. Zwart had 10. d6 moeten spelen.
11.f4 Pc6 12.Ld3 d6 13.Dh5 h6 14.Tf3 Pb4 15.Le4 c6 16.Tg3 Df6 17.Ld2 Pa6 18.a3 Kf8
19.Ld3 La7 20.Pe2 Pc5 21.Lc3 Dxc3 22.Pxc3 Pxd3 23.Tf1 Lxe3 24.De2 Pxf4 25.Dd1 1-0
In ons toernooitje werd ook vaak de zet 4. e4 gespeeld. Deze zet geldt waarschijnlijk wel
als het beste systeem voor wit, maar uiteraard moet je het dan wel goed doen. Ook hier
zijn wel mogelijkheden voor zwart, vaak zal er een ingewikkelde partij ontstaan.
Een leuke partij van Aljechin uit 1925 toont de witte mogelijkheden aan.
Alexander Aljechin – Jakob Adolf Seitz Hastings 1925 1 -0
1. d4 Pf6 2. c4 e5 3. dxe5 Pg4 4. e4 Pxe5 5. f4 Pec6 6. Le3 Lb4+ 7. Pc3 De7 8. Ld3 f5? 9.
Dh5+ g6 10. Df3 Lxc3+ 11. bxc3 fxe4 12. Lxe4 O-O 13. Ld5+ Kh8 14. Ph3 d6 15. O-O
Lxh3 16. Dxh3 Dd7 17. f5 gxf5 18. Tab1 f4 19. Lxf4 Dxh3 20. Le5+ 1-0
Als afsluiting geef ik nog een variant die ik niet heb gezien tijdens ons toernooitje, maar ik
heb natuurlijk niet alle partijen gezien en is het wel ergens gespeeld door iemand. Het gaat
om een ietwat dubieuze variant uit de Rubinstein lijn.
George Shainswit – Edward S Jackson USA 1943
1. d4 Pf6 2. c4 e5 3. dxe5 Pg4 4. Lf4 g5 5. Lg3 Na deze zet ontstaat een scherpe partij.
(5. Ld2 Gevolgd door Lc3 is waarschijnlijk veel beter.) …. Pc6 6. Pf3 Lg7 7. Pc3 Pgxe5 8.
e3 d6 9. Le2 Le6 10. Da4 Ld7 11. Dc2 Pg6 12. O-O-O Pb4 13. Dd2 O-O 14. h4 g4 15. Pd4
a5 16. a3 Pa6 17. h5 Pe5 18. h6 Lf6 19. Pd5 Pc5 20. f3 Pc6 21. Kb1 Lxd4 22. exd4 Lf5+
23. Ka2 Pa6 24. b3 Pab4+ 25. Pxb4 Pxb4+ 26. Kb2 gxf3 27. gxf3 Pc6 28. Lh4 Dd7 29.
Dg5+ 1-0
Het vermelden waard is dat het gambiet ook gespeeld kan worden met wit, maar het lijkt
mij niet zo’n erg gezonde opzet. Men noemt dit wel het Tennison gambiet. Het kan wel
eens leuk zijn voor een snelschaakpartijtje.
De beginzetten zijn dan 1. Pf3, d5, 2. e4, dxe4 3. Pg5 . Dit kan natuurlijk ook via
zetverwisseling ontstaan.
Dan ons toernooitje. Met ongeveer 20 deelnemers, waaronder enkele oud-leden en enkele
belangstellenden was het een goed bezet toernooitje. Ook de sterkere schakers waren
goed vertegenwoordigd. Gelukkig waren de A1 spelers vroeg terug in De Bilt na hun
uitwedstrijd, en konden ze mooi aanschuiven na de eerste ronde.
De eindstand :
Rangschikking na Ronde 5
1 Jelle Smid 5,0
2 Dick Berkelaar 3,5
3 Thijs Dam 3,5
4 Manuel Smit 3,5
5 Arnout Dam 3,5
6 Thomas van den Berg 3,5 *
7 Har van Himbergen 3,0
8 Sietze de Valk 3,0
9 Kees de Graaf 2,5
10 Emile Hofhuis 2,5
11 Frank Dujardin 2,5
12 Ron Smit 2,5
13 Nolan Wijenberg 2,0
14 Patrick van Beelen 2,0
15 Wobbe van der Woude 2,0
16 Bauke Sangers 2,0
17 Lieke van den Berg 1,5
18 Jan Hermsen 1,0 *
19 Carmen van den Berg 1,0 *
20 Barend Heuvelhorst 0,0
21 Peter Schildwacht 0,0 **
* 4 partijen gespeeld
** 1 partij gespeeld
Jelle van harte gefeliciteerd met wederom een overwinning, maar ook de prestatie van
Thomas was zeker opvallend!
Voor de statistieken: er werden in totaal 49 partijen gespeeld.
Hiervan werden er 23 gewonnen door wit, en 22 door zwart. Er waren slecht 4 remises, de
eerste remises werden pas in ronde 4 gespeeld. Dit komt goed overeen met de
statistieken van deze opening in de Lichess database.
Het was een gezellige avond, met een aantal erg leuke partijen, dus wat mij betreft tot
volgend seizoen!